WERKEN AAN DE ZUIDERZEE

Ome Toon, ome Piet en mijn vader Sander hebben tussen 1927 en 1932 gewerkt aan de afsluiting en gedeeltelijke drooglegging van de Zuiderzee.  Het is het grootste waterproject dat ooit in Nederland is uitgevoerd. Het was heel zwaar werk. Hun blote handen en hun schop vormden het belangrijkste gereedschap van de arbeiders, machines waren er toen nauwelijks. Het was zwaar werk; die mannen waren echte bikkels.
Die duizenden arbeiders woonden bij hun werk en leefden onder primitieve omstandigheden in oude boten en keten. Ze hadden kisten om op te zitten en in die kisten zaten wat kleren en persoonlijke spullen. Het was een hard leven, maar velen hadden geen keuze; het was crisis en er was weinig werk. Bovendien verdiende het goed zodat veel jongens later een eigen huisje konden bouwen. Dat gold ook voor ome Toon en tante Roos en voor ome Piet en tante Leen die een huis bouwden in de Huijbergsebaan.
Op de foto staat zo’n ploeg arbeiders. Tweede van links, staand, is mijn vader Sander en rechts staand is ome Toon.  Ome Piet heeft daar ook gewerkt en wij zoeken nog naar een foto waarop hij staat.

Van ome Toon hebben we een oorkonde. Met naam. Een kleinood om plaatsvervangend trots op te zijn. Want hoe belangrijk is deze drooglegging niet geweest voor Nederland .

Even terzijde.

In die tijd kregen vier Nederlandse schilders de opdracht om dit bijzondere project met verf op doek vast te leggen. De schilderingen van Cornelis Vreedenburgh, Ype Wenning, J.H. van Mastenbroek en Roeland Koning worden gebundeld in het album Afsluiting Zuiderzee. De vier kunstenaars verbeelden allemaal een ander onderwerp. Koning krijgt de figuren toegewezen. Vermoedelijk vanwege de vele arbeiders die hij in Egmond heeft geschilderd. Koning verblijft enkele weken onder de arbeiders bij de Zuiderzeewerken. Hij maakt schetsen van hun ruwe, volhardende werk. De schetsen worden uitgewerkt in kleurrijke aquarellen, waarvan dit kleine werkje er één is. In een vlakke, gestileerde stijl, schildert Koning zes figuren in hun werkomgeving. De voorste twee mannen staan met hun rug naar ons toegekeerd. Hierdoor lijkt het alsof we als toeschouwer één van de arbeiders zelf zijn. We worden zo deelgenoot van hun dagelijkse leven. (bron: Museum Helmond).


Met alle respect voor dit mooie schilderijtje: gezien de foto zag de werkelijkheid er iets anders uit.