Zorgzaam

Over zorgzaamheid gesproken. Lieske was daar een waar voorbeeld van.

Lieske is van kleins af aan zorgzaam geweest voor anderen.  Als meisje van dertien, direkt na de lagere school, ging ze al ‘dienen’. Ze moest mee de kost verdienen omdat haar drie broers op het seminarie studeerden. Er was geen geld om ook Lieske verder te laten leren. Graag was ze onderwijzeres geworden, maar dat zat er financieel dus niet in. Alleen als ze nonneke zou worden, dan had ze verder kunnen leren, maar dat zag ze zelf weer niet zitten. Ze heeft bijna twintig jaar 'gediend' bij o.a. de Grauw en bij Dora Mattheussens op de Aanwas in Ossendrecht.

Over haar werk als dienstbode bij Dora sprak Lieske met veel plezier. Zolang dat kon heeft ze contact gehouden met Dora. Dora overleed in 1985.

Daarnaast zorgde Lieske mee voor het huishouden in de Kerkstraat. Net na de oorlog, op 23 november 1944 is ze getrouwd met Sander Raaijmakers. Eerst gingen ze inwonen bij de ouders van Sander in de Borgvlietsedreef in Bergen op Zoom en ook hier zorgde ze weer: nu voor de ouders van Sander. In februari 1946 werd Jac geboren en in augustus 1947 Louis, net nadat ze waren verhuisd naar de Rembrandtstraat op Nieuw Borgvliet. De ouders van Lieske woonden nog in Ossendrecht, ze ging dan ook zeer regelmatig daarnaartoe, vaak via een lift met één van de bussen van Bolders. Ook ging ze elke zondag  te voet naar 't Fort op bezoek bij de ouders van Sander.

Niet lang daarna werd de moeder van Lieske ziekelijk (suikerziekte en nierklachten) en vader en moeder Musters trokken in bij het gezin Raaijmakers op Nieuw Borgvliet waar ondertussen het derde kind, dochter Ria, was geboren (1951). Zo werd Lieske de spil van het gezin Raaijmakers/ Musters, want de drie broers kwamen 1 of 2 keer per jaar vanuit het klooster en parochie tegelijk naar huis waardoor Lieske naast Sander en haar drie kinderen ook haar vader en moeder en haar drie broers te verzorgen had. Een hele klus dus die ze met volle overgave verrichtte. We hebben erover geschreven in de dichtbundel JONGE BLOEI van Anselmus, haar broer, die tijdens WOII in het verzet in Rome werkte.

Lieske mocht na de geboorte van Ria niet meer tillen. Dat vroeg veel creativiteit want de kinderen moesten gewassen worden, de was moest worden gedaan in een ‘Rondo’ kuip, het eten moest gekookt worden, enfin, tillen doet een normale huisvrouw elke dag vele malen. Ze wist het altijd weer op te lossen. Wel kreeg ze regelmatig hulp voor haar moeder van 'zuster' van Tilburg en voor de was van haar schoonzussen Leentje en Roos.

Nadat haar moeder en haar oudste broer waren overleden was er iets meer rust maar de opgroeiende kinderen hadden ook de nodige aandacht nodig. Tekenend voor haar is het feit dat ze niet wilde dat de kinderen meteen moesten gaan werken zoals ze zelf had gemoeten, maar dat ze de gelegenheid kregen zich verder te ontwikkelen via de middelbare school. Ze faciliteerde haar studerende kinderen enorm. Vaak maakte ze ’s ochtends vroeg de kachel al aan rond vijf uur omdat ze nog een proefwerk moesten leren.

Nadat in 1964 haar vader overleed en begin zeventiger jaren de kinderen het ouderlijk huis verlieten leefde ze in geluk verder samen met Sander. Maar Sander werd ziek en er begon voor Lieske een nieuwe periode van zorgen. Dat duurde anderhalf jaar totdat Sander in 1982 overleed. Daarna nam ze de gehele zorg voor de moestuin voor haar rekening maar ze trok er ook op uit met haar vriendin Lieske Luysterburg; ze maakten samen veel uitstapjes. Dat was een periode dat het heel goed met haar ging. Maar ook bij Lieske gingen de jaren echter tellen en nadat ze eerst in de Scheldeflat en later in het Katrientje had gewoond is ze op 2 april 1994 overleden.

Als iemand een prijs verdiend voor "klaarstaan voor een ander", dan is zij het wel.